Keuze Menu
Contact
h

 

Inhoudsopgave

 

 

2. Pesso-psychotherapie in het kort

Pesso-psychotherapie is een vorm van lichaamsgeoriënteerde, individuele psychotherapie in groepsverband. De methode combineert ontwikkelingspsychologische kennis met psychoanalytische uitgangspunten en een cliëntgerichte attitude. Deze verbinden zich met een techniek die gebaseerd is op kennis van emoties, de lichamelijke ontwikkeling en het functioneren van het geheugen zoals helder beschreven door Schacter (1997). Naast woorden komen lichamelijke beleving, expressie en interactie aan bod. De methode heeft een experiëntieel karakter: inzicht komt met ervaring (Pesso, 1973). Pesso gaat ervan uit dat vroege ontwikkelingstekorten en traumata zich niet alleen als mentale, maar ook als lichamelijke ervaringen in het heden manifesteren. Het lichaam kan op een eigen manier symboliseren en informatie opslaan. Psychische belemmeringen vallen samen met lichamelijke. Daarom verbindt de Pesso-psychotherapie de verbale dialoog met non-verbale ervaringen.

Een 'structure' is een therapeutische sessie in de groep (paragraaf 6). Eén cliënt staat daarin centraal gedurende vijftig minuten. In een veilig, therapeutisch klimaat brengt de cliënt een actueel probleem onder woorden. 'Ik laat mijn collega's niet merken hoe ik me erger, dan lachen zij me toch maar uit'. In deze uitspraak is een strijd tussen impuls en afweer te horen. De cliënt zou haar ergernis willen uiten, maar onderdrukt deze uit angst voor de reacties van anderen. Een groepslid in een rol representeert als 'getuige-figuur' de empathisch-observerende kant van de therapeut. 'Ik zie hoe beschaamd je je voelt als je je voorstelt dat je collega's je zouden uitlachen'. Dit schaamtegevoel blijkt verbonden met een pessimistische overtuiging: 'Gevoelens kun je maar beter voor je houden'. Deze kritische opvatting wordt nu verwoord door een ander groepslid in een rol. De cliënt hoort de innerlijke boodschap nu buiten zichzelf, alsof het een opdracht is. Dit externaliseren biedt een verheldering van de actuele mentale toestand. Deze blijkt te verwijzen naar gebeurtenissen uit het verleden. 'Mijn broer maakte mij altijd belachelijk als ik huilde of kwaad was'. De cliënt komt in contact met onderdrukte emoties zoals woede en verontwaardiging. Nu vertegenwoordigt een andere rolfiguur de negatieve kant van haar broer in wiens richting zij nu de lichamelijke impulsen tot expressie kan brengen. Zij komt in contact met tot nu toe verboden aspecten van haar ware zelf (paragraaf 4). Vervolgens ensceneert zij in samenwerking met de therapeut een afloop die anders is dan hoe het oorspronkelijk is geweest. In een gestileerde, symbolische omgeving die in het gewone leven niet bestaat, kan de cliënt experimenteren met nieuwe verbale en lichamelijke ervaringen. Deze keer precies aansluitend bij wat hij of zij destijds als kind nodig had. In de leeftijdsbeleving van het kind voegt de cliënt deze positieve interacties, -beelden, woorden, lichamelijk contact- toe aan het herinneringsrepertoire. Als het ware dicht naast en concurrerend met de oorspronkelijke herinneringen. Gevoed met deze alternatieve ervaringen kan de cliënt nu negatieve projecties in het heden terugnemen en een positiever en realistischer beeld van zichzelf en anderen ontwerpen. Daarmee kan de kijk op de dagelijkse werkelijkheid veranderen en zich een perspectief op meer bevredigende ervaringen in het actuele leven vormen (Pesso, 1988a).

Conflicten en trauma's zijn in relatie tot anderen ontstaan en zijn dan ook het beste op te lossen in contact met anderen (Van Attekum, 1997). Daarom vindt de Pesso-psychotherapie plaats in een groep, waarin de deelnemers om de beurt een vastgestelde individuele werktijd krijgen. De andere groepsleden zijn beschikbaar om op verzoek van de cliënt belangrijke personen uit het heden en het verleden of 'gefantaseerde, ideale personen' te representeren. De andere groepsleden krijgen na afloop van een individuele sessie de gelegenheid te verwoorden wat ze hebben herkend en meebeleefd. De deelnemers bereiden zich met behulp van oefeningen op de werkwijze voor: een training in het vergroten van de gevoeligheid voor lichamelijke ervaringen en visuele indrukken. Ook maken de oefeningen de groepsleden stap voor stap vertrouwd met de voor de Pesso-psychotherapie kenmerkende vorm van rollenspel, het 'accommoderen' (paragraaf 5.4).

 

Hoofdstuk 3: Ontwikkeling van de Pesso-psychotherapie