|
|
|
||||||||||||
![]() |
8. Praktische informatie
Begin 1999 zijn in Nederland ongeveer 500 cliënten in 15 oefeningen groepen en 50 Pesso-structure-groepen betrokken, opgezet door zelfstandig gevestigde therapeuten of in instellingen, vooral in RIAGG's (Jaarverslag Vereniging voor Pesso-psychotherapie, 1999). Cliënt en therapeut stellen in de intake individuele behandeldoelen vast. Dit aan de hand van de huidige klachten en problemen en de levensgeschiedenis (Perquin, Jongsma & Van Attekum, 1998). De afspraken worden vastgelegd in een therapeutisch contract (Jongsma & Perquin, 1998). Een structure-groep bestaat uit één of twee therapeuten en acht cliënten. Een gelijk aantal vrouwen en mannen heeft de voorkeur. De groep komt wekelijks bijeen. Twee of drie cliënten krijgen op een avond individuele werktijd. De meeste structure-groepen zijn 'half open'. Tweemaal per jaar heeft een evaluatie plaats met de cliënten. Verder gaan of afronden van de therapie komt aan bod, het bijstellen van therapiedoelen en de deelname van nieuwe cliënten. Gemiddeld doet de cliënt twee jaar in een groep mee. Er is een aanbod van een serie weekeindbijeenkomsten of een eenmalige workshop (Sarolea, 1988). Deelname aan een oefeningengroep, bijvoorbeeld gedurende tien avonden, is een uitstekende voorbereiding op een wekelijkse 'structure-groep' (Verboom, 1990; Rietman, 1991, Jansen, 1994). Daarnaast is er een aanbod voor specifieke doelgroepen, zoals chronische pijnpatiënten (Van der Steen, 1995). Gecombineerde therapie, zoals een laagfrequente gesprekstherapie bij een ander therapeut naast een pesso-groep werkt vaak gunstig (Sommeling, 1987).
De Vereniging voor Pesso-psychotherapie is opgericht in 1978 en stelt zich de bevordering van de bestudering, beoefening en ontwikkeling van de Pesso-psychotherapie ten doel. Het dagelijks bestuur, de Commissie Opleiding en Bijscholing, de wetenschappelijke commissie, de commissie public relations en de regionale intervisiegroepen en aanmeldingspunten brengen dit in praktijk. In 1999 telt de vereniging 91 leden, waaronder vijf erkende opleiders, zeven supervisoren en zeven leertherapeuten. Regelmatige toetsing en evaluatie tijdens en na de opleiding met behulp van videomateriaal, bijscholingsdagen en jaarvergaderingen zorgen voor kwaliteitsbevordering en actieve betrokkenheid van de leden. Twee tot driemaal per jaar komt een tijdschrift uit. Hierin verschenen van 1985 tot eind 1998 160 artikelen over theoretische onderwerpen en praktische aspecten van de methode. Sinds 1992 heeft éénmaal per twee jaar een internationaal congres plaats met deelnemers uit de Verenigde Staten, Nederland, Zwitserland, Duitsland, België, Noorwegen, Denemarken, Zweden en Israël. Regelmatig maken nieuwe therapeuten kennis met de Pesso-psychotherapie in workshops en studiedagen. Het Comité van aanbeveling steunt de opleiding in de Pesso psychotherapie. Het bestaat uit de volgende leden: dr. P.J. Draijer, prof dr. W.K. van Dijk, prof dr. R. van Dyck, prof dr. W.T.A.M. Everaerd, prof dr. B.P.R. Gersons, prof dr. D.J. de Levita, prof dr. P.J. van der Maas, prof dr. J. Soetenhorst-de Savorin Lohman, prof dr. W. van Tilburg, drs. J.J. Verhoeff en dr. A. van Waning.
De Vereniging voor Pesso-psychotherapie organiseert in Nederland in samenwerking met de RINO Noord-Holland een driejarige opleiding in de Pesso-psychotherapie voor psychotherapeuten en andere ervaren hulpverleners. Een opleidingsgroep bestaat uit ongeveer 16 deelnemers, waarvan meestal de helft is geregistreerd als psychotherapeut. De opleiding is praktisch opgezet: theorie en literatuurbespreking gaan samen met demonstraties door de docenten, training in therapeutisch attitude in subgroepen, bestudering van video opnames, casuïstiek en huiswerkopdrachten in intervisiegroepen en supervisie. In het eerste jaar leert de therapeut het lichamelijk beleven en non-verbaal communiceren in het therapeutisch werk te integreren. Lichaamsgebaseerde oefeningen worden onder supervisie getraind om deze selectief en doelgericht toe te passen, zowel in groepen als in individuele therapie. In het eerste jaar komen thema's aan bod als: de lichamelijke ontwikkeling vanuit een ontwikkelingspsychologisch perspectief; lichamelijke sensatie, affect, emotie en lichamelijke expressie; aandacht voor motivatie en contract; omgaan met overdracht en tegenoverdracht in lichaamsgerichte psychotherapie; communicatieve en symbolische betekenis van lichaamshouding en motoriek; het leiden van Pesso-oefeningen zoals beschreven in paragraaf 5 en het opzetten van een oefeningen-therapiegroep voor cliënten. In het tweede en derde jaar leert de cursist een structure-groep leiden. Deelname aan een Pesso-leertherapie-groep en met een collega-cursist onder supervisie zelf een structure-groep opzetten zorgen voor verdieping en training in de praktijk. Onder meer staan als thema's op het programma: toepassing bij chronische pijn; de gevolgen van seksueel misbruik; suïcidaliteit; somatisatie; omnipotentie-problematiek. Als afsluitende evaluatie toont iedere cursist in het laatste opleidingsblok een videoband van een structure, waarna nog een jaar individuele supervisie over videomateriaal volgt (Perquin, 1994c, 1997). Een therapeut kan een internationaal certificaat behalen, waarna een opleiding tot supervisor en trainer kan worden gevolgd. Informatie voor Vlaanderen Informatie over opleiding in Nederland Literatuur op Internet
|
||||||||||||