 |
 |
STUDIEDAG 'KENNIS in BEHANDELING'
7 december 2000
Kenniscentrum Post Traumatische Stress Stoornissen te Winschoten
LEZING GEHOUDEN DOOR
MONIQUE CUPPEN, PESSO-PSYCHOTHERAPEUT
PESSO-PSYCHOTHERAPIE BIJ
DE BEHANDELING VAN TRAUMA GERELATEERDE KLACHTEN.
Monique Cuppen
In deze lezing wordt
een pleidooi gehouden voor het betrekken van het lichaam bij de behandeling
van mensen die in hun jeugd fysiek en seksueel getraumatiseerd zijn. Misbruik
en mishandeling verstoort de relatie met het eigen lichaam en het contact met
andere mensen. Pesso-psychotherapie biedt een veilige manier om dat contact
weer te herstellen.
Toen mij gevraagd werd iets
te vertellen over Pesso-psychotherapie bij de gevolgen van trauma, was mijn
eerste gedachte: Ik wil een gewoon verhaal vertellen. En wel gewoon in de volgende
betekenis: veel volwassenen zijn in hun kindertijd getraumatiseerd in schijnbaar
gewone gezinnen. Voor de buitenwereld en vaak zelfs voor de directe omgeving
leek er niets aan de hand. Maar binnen de beslotenheid van het gezin werd kinderen
geweld aangedaan waar niet over gesproken kon worden en wat de gewoonste zaak
van de wereld leek. Wat toen voor het kind gewoon leek, terwijl het tegelijkertijd
ook voelde dat het niet klopte, krijgt op volwassen leeftijd een vervolg. Gewoon
contact blijkt moeilijk te zijn. Gewoon iemand dichtbij laten vaak haast onmogelijk
of verwarrend. De gewone dagelijkse relaties met anderen veroorzaken ongemak.
En het vervelende is dat je als volwassene vaak zo weinig gelegenheid hebt om
dit soort dingen alsnog te oefenen.
Conflicten en trauma's zijn in relatie tot anderen ontstaan en zijn het beste
op te lossen in contact met anderen.(van Attekum 1997).
Pesso heeft met zijn vrouw Diana Boydn een methode ontworpen, waarmee op een
veilige manier gewerkt kan worden in relatie met anderen. Hierbij kan een cliënt
op symbolisch niveau in contact met positieve figuren ervaren hoe essentiële
behoeften van het kind aan een plek, aan voeding, steun, bescherming en begrenzing
vervuld kunnen worden. Deze symbolische lijfelijke ervaring kan een nieuwe leidraad
gaan vormen bij contacten die de cliënt in de toekomst aangaat.
Wanneer cliënten naar de wereld kijken door de lens van deze nieuwe symbolische
herinneringen zien en ervaren zij het heden vollediger en met meer plezier dan
voorheen. (Pesso, 2000) Dan pas is het contact met de wereld gewoon en vanzelfsprekend.
Er zijn voldoende argumenten
die pleiten voor het betrekken van het lichaam en interactie bij de behandeling
van mensen die vroeg getraumatiseerd zijn. - De snel groeiende kennis uit de
neurowetenschappen bevestigt dat lichaam en geest onlosmakelijk verbonden zijn
(Perquin, 1999).
Neurologische studies tonen
dat ons bewustzijn en ons denken voortkomen uit sensaties en informatie vanuit
ons lichaam gedurende interactieve ervaringen (Pesso 2000). In het lichaam ligt
het verhaal van het verleden opgeslagen en als zodanig beïnvloedt het de beleving
van heden en toekomst.
- Mishandeling en misbruik grijpen niet alleen in op het psychisch functioneren,
maar verstoren ook de relatie met het eigen lichaam en het contact met anderen.
- Fysieke en seksuele traumata werken in het heden vaak door in de vorm van
lichamelijke klachten en belevingen.
- Mensen die in hun jeugd getraumatiseerd zijn door mishandeling, misbruik en
verwaarlozing hebben geleerd dat volwassenen gevaarlijk zijn, omdat ze je kwetsen,
pijn doen, in de steek laten en vernederen. Tegelijkertijd zijn diezelfde volwassenen
bron van positieve gevoelens. Dat levert een gecompliceerde relatie op. Je bent
bang voor dezelfde onveilige ouders van wie je afhankelijk bent voor je veiligheid
(Joke Lijnse,1999).
- Omdat de eigen fysieke grenzen niet gerespecteerd zijn en ook de generatiegrens
tussen ouders en kinderen vaak met voeten getreden is, is er een diep gewortelde
angst en een gevoel van onmacht, omdat men geen controle kan krijgen over de
eigen grenzen en over de ouder-kind relatie (Herwich Schacht, 1988). Iedere
volgende nabije relatie reactiveert dat onmachtsgevoel.
- Door fysieke traumata voelt de huid niet als een grens tussen binnen- en buitenwereld.
Men heeft niet het gevoel dat men binnen de eigen huid zichzelf kan zijn en
men kan de huid ook niet gebruiken als communicatiemiddel. Lichamelijke prikkels
verwijzen niet naar de mogelijkheid van veilig contact en verzorgd worden, maar
zijn signalen die waarschuwen voor gevaar (Nel Jongsma-Tieleman, 1995).
Kort samengevat zou je kunnen zeggen, dat vroeg getraumatiseerde mensen een
fundamenteel wantrouwen hebben naar contact, wantrouwen naar het eigen lichaam
en wantrouwen naar de ander. Het ingewikkelde voor de cliënt is dat naast al
dat wantrouwen, naast die onmacht en die angst er ook een enorm verlangen bestaat
naar contact, dat dan weer als verwarrend en beschamend wordt beleefd. Vaak
niet bewust en openlijk verlangt de cliënt naar eerherstel van het geminachte
en gemaltraiteerde lichaam.
In de reguliere psychotherapie
is men lang bang geweest voor het werken met het lichaam. Er bestond angst voor
een onhanteerbare overdracht. Deze angst groeide vanuit de ervaring die therapeuten
in het verleden met cliënten opdeden. Het leek een onweerlegbaar feit dat aanraking
en lijfelijke nabijheid in een therapie niet kon. Dat was misschien ook zo omdat
men in die tijd geen methodieken had om de ingewikkelde overdracht die kan ontstaan
in de therapeutische relatie te hanteren. Daardoor heeft men destijds het kind
met het badwater weggegooid.
De meeste reguliere therapieën bieden nog steeds verbale interactie met de therapeut
als belangrijkste component van de behandeling.
Ik ga er van uit dat de
meeste aanwezigen in de zaal affiniteit dan wel ervaring hebben met de behandeling
van getraumatiseerde mensen, maar dat lang niet iedereen weet wat Pesso-psychotherapie
inhoudt. Ik hoop U in deze lezing een beeld te kunnen geven van Pesso-psychotherapie
en van de voordelen die Pesso-psychotherapie kan bieden boven individuele gesprekstherapie
bij de gevolgen van vroege traumatisering. Als focus neem ik het herstel van
het vertrouwen in het eigen lichaam en herstel van het vertrouwen in het contact
met anderen.
Wanneer ik in de dagelijkse
praktijk van mijn RIAGG-werk mensen verwezen krijg die in het verleden fysiek
en seksueel getraumatiseerd zijn, is de hulpvraag heel vaak, dat zij beter met
relaties willen omgaan. De erfenis uit hun jeugd trekt in hun volwassenheid
een spoor van niet bevredigende relaties. Vaak ook vindt een aanmelding plaats
op het moment dat er een partner in hun leven verschijnt. In de intimiteit van
die relatie herhaalt zich het oude drama. Cliënten vertellen dat ze de seksuele
relatie met die partner niet verdragen, er razend van worden, in herbelevingen
schieten, terwijl ze met een vreemde wel kunnen vrijen.
Soms hebben mensen al een individuele therapie achter de rug, soms worden bij
mij voor het eerst woorden gegeven aan de bijna onuitsprekelijke gebeurtenissen
uit hun verleden. Als therapeut spin ik dan een veilig net van accepterende,
beschermende en steunende woorden, als een soort container voor de pijnlijke
herinneringen en gevoelens uit het verleden. Soms voel ik me ook onthand. Een
cliënt vertelt me dat ze de hele dag het gevoel heeft dat ze het wel kan uitschreeuwen,
dat soms een moorddadige woede bezit van haar neemt. Een ander kan de aanraking
van een geliefde partner niet verdragen, of verstart als ziekenverzorgende in
het contact met patiënten en doet een schort voor als symbolische beschermlaag
tussen haar en de ander. Praten over voelt voor mij dan onvoldoende. Ik mis
dan de mogelijkheden die ik ken vanuit de Pesso- benadering. Anderzijds ben
ik me er steeds van bewust dat het een juiste timing vraagt, om de mogelijkheden
van een lichaamsgerichte therapie toe te voegen aan de behandeling.
Op het onlangs gehouden congres 'Verwijzen naar het lichaam' waarschuwde Nel
Draijer (2000) voor lichaamsgerichte therapie bij mensen met een complexe post
traumatische stress stoornis. Er moet zorgvuldig gekeken worden of mensen in
staat zijn te symboliseren. Sommige cliënten zijn niet in staat het alsof karakter
van het symbolisch werken te onderscheiden van het werkelijke gebaar. Hun realiteitstoetsing
is niet intact. Ook kan lichamelijk contact en nabijheid voor hen een trigger
vormen en herbelevingen veroorzaken, waar zij zelf geen controle over hebben.
Door een dergelijke overspoelende ervaring kunnen zij opnieuw getraumatiseerd
worden.
Wanneer ik zelf denk dat
Pesso-therapie een toevoeging aan de behandeling kan vormen, volgt er een proces
van zorgvuldig onderhandelen met de cliënt over wat hij / zij wil en geef ik
uitleg over de methode. Het is mijn ervaring dat cliënten die afweging goed
kunnen maken. Ik laat mensen ook nooit zo maar aan een Pesso-psychotherapie
groep deelnemen. Als er een duidelijke motivatie bestaat, dan nemen cliënten
eerst deel aan een Pesso-oefeningengroep. In deze voorbereidende groep worden
uitsluitend gestructureerde oefeningen gedaan. Hierdoor worden cliënten gevoeliger
voor de betekenis van zintuiglijke ervaringen. Ze doen oefeningen die gericht
zijn op vergroting van de controle over het eigen lichaam en het versterken
van de competentie.(Perquin, 2000)
Soms bied ik het deelnemen aan de oefeningengroep als een test-case aan. Dat
gebeurt vooral als een cliënt mijn twijfel over de haalbaarheid van een dergelijke
groep niet deelt. Onlangs kreeg ik een 55-jarige man verwezen, die een geschiedenis
had van ernstige verwaarlozing en extreme fysieke mishandeling. Hij leefde geïsoleerd
met zijn vrouw en was door een lichamelijke handicap niet langer in staat zich
uit te leven in zijn vak. Daardoor was hij ook de aansluiting bij vakgenoten
kwijtgeraakt. Hij had een enorm verlangen naar normaal menselijk contact. Toen
ik met hem kennismaakte, ervaarde ik hem als buitengewoon angstig en achterdochtig
en leek medicatie mij meer aangewezen. Hij had echter al zijn hoop op Pesso-therapie
gezet. We besloten tot een experiment, waarbij hij per groepsbijeenkomst kon
kijken of de methode hem paste. Het paste niet. Het naast elkaar in een kring
zitten was al angstaanjagend. Bij de meeste oefeningen koos hij ervoor om toeschouwer
te zijn. En ook dat riep te veel bij hem op. Hij had het gevoel dat hij in stukjes
uit elkaar zou vallen. Een maal kon hij ervaren hoe het voelt als een beschermende
figuur voor hem ging staan en hem afschermde van de anderen. Dat was voor hem
een positief emotionele gebeurtenis. Hij had zelfs nooit kunnen fantaseren dat
er zoiets als bescherming voor hem bestond. Toch moest hij toegeven dat deze
manier van werken nog een te zware opgave voor hem was en na drie bijeenkomsten
stopte hij. In een nagesprek gaf hij aan, dat hij de ervaring in de groep beleefd
had als een erkenning van het leed dat hem in het verleden was aangedaan. Op
deze manier helpt de oefeningengroep ook om een goede indicatie te stellen.
Ik zal U twee voorbeelden geven van oefeningen, zoals die in de oefeningengroep
gedaan worden. In de gecontroleerde toenaderings-oefening krijgt de cliënt de
gelegenheid om vanuit een staande positie een deelnemer van de groep exact volgens
haar aanwijzingen langzaam op een neutrale manier naar haar toe te laten lopen.
De instructie is dat de hoofdfiguur stil staat en dat de rolfiguur loopt en
stopt precies zoals de cliënt met een handgebaar aangeeft. Door regelmatig met
afstand en nabijheid te experimenteren leert zij de geschikte plaats van de
rolfiguur nauwkeurig te bepalen en tijdig een halt aan te geven, wanneer het
haar te dichtbij komt. Dit helpt haar om controle in de therapiegroep en in
situaties met andere mensen serieus te nemen en te vergroten. (Perquin, 2000)
Andere oefeningen zijn bedoeld om te leren accomoderen. Een accomodator is een
rolfiguur die geheel ter beschikking van de ander staat. Hij / zij doet niets
dat de cliënt niet wil of niet gevraagd heeft en ook niets zonder toestemming
van de therapeut. Dit impliceert dat de cliënt zelf het beste weet wat zij nodig
heeft. Door de accommodatie-oefeningen kan zij ervaren, dat lichamelijke expressie
en veilige aanraking mogelijk zijn.
Als voorbeeld hiervan zou ik de positieve accommodatie-oefening willen noemen.
Hierbij legt op aanwijzing van de cliënt die de beurt heeft, een mede-groepslid
in de rol van positieve figuur een hand tussen de schouderbladen van de cliënt.
Hierna kan de cliënt gaan onderzoeken op welke manier zij wil dat deze hand
contact maakt met haar rug en op welke plek van haar rug dat contact het beste
voelt.
Soms vinden mensen deelname aan een oefeningengroep voldoende. Anderen willen
graag verder in een Pesso-psychotherapiegroep.
Hoe gaat het dan in een
Pesso psychotherapiegroep? De groep bestaat bij voorkeur uit 4 mannen en 4 vrouwen.
Cliënten krijgen om de beurt een vastgestelde individuele werktijd van gewoonlijk
50 minuten. De andere groepsleden zijn tijdens een therapiesessie beschikbaar,
om op verzoek van de cliënt die aan de beurt is, belangrijke personen uit het
heden en verleden te vertegenwoordigen.
De Pesso-psychotherapiegroep kent een duidelijke structuur. Dit zorgt voor houvast,
duidelijkheid en veiligheid. Er zijn expliciete regels, die een waarborg bieden
voor onderling respect en die ruimte creëren om dingen te laten gebeuren. (Pesso
noemt dit de Possibility Sphere). Per groepsbijeenkomst komen 2 of 3 cliënten
individueel aan de beurt . Na iedere individuele sessie krijgen de groepsleden
de gelegenheid iets te vertellen over de eigen beleving bij wat er in de werktijd
van de ander gebeurde. Het is regel dat er geen kritiek of commentaar wordt
gegeven. Ieders persoonlijke ervaring wordt erkend en gerespecteerd als zijn
of haar ervaring.
Het accommoderen, zoals eerder geoefend in de oefeningengroep, vindt volgens
duidelijke regels plaats. Een andere expliciete regel is, dat de therapeut zelf
nooit aanraakt. Ik wil nu met U kijken naar hoe een individuele sessie er uit
kan zien: Als een cliënt aan het werk gaat is de eerste stap stil te staan bij
datgene wat er op dat moment in haar omgaat. Hiervoor wordt de therapeutische
techniek van 'microtracking'gebruikt. Van moment tot moment volgt de therapeut
wat de cliënt affectief laat zien: mimiek, oogopslag, intonatie van de stem
worden aan de cliënt teruggegeven als informatie over haar affectieve toestand.
Dit precies volgen van de affectieve betekenis van de gelaatsuitdrukking van
de cliënt biedt vaak een duidelijk tegenwicht tegen het affectieve vacuüm waarin
sommige cliënten als kind zijn opgegroeid.(Perquin, 1999) Het biedt woorden
voor gevoelens die nooit uitgesproken zijn of die voorbewust zijn en die anders
mogelijk niet door de cliënt opgemerkt zouden worden. Het is heel belangrijk
dat de therapeut het juiste affect ziet en verwoordt , maar ook dat de cliënt
de vrijheid voelt om de therapeut bij te sturen als de verwoorde gevoelswaarde
niet helemaal klopt.
In feite focussen therapeut en cliënt op de diepgevoelde betekenis van datgene
wat op dat moment speelt. Iemand in de rol van een getuigenfiguur (een rolspeler)
kan deze informatie op verzoek van de cliënt teruggeven, gekoppeld aan de precieze
context van het verhaal dat de cliënt vertelt. Bijvoorbeeld: Ik zie hoe wanhopig
je je voelt, wanneer je beseft, dat er eigenlijk niemand in je leven is die
je durft te vertrouwen"( Dit noemt Pesso de Center of Truth)
Ook opvattingen die de cliënt naar voren brengt kunnen naar buiten gebracht
worden door groepsleden in de rol van een stem met een bepaalde betekenis: bijvoorbeeld
een waarschuwende stem die zegt: "Mannen kun je maar beter niet vertrouwen".
De cliënt krijgt dan als een opdracht van buiten te horen wat al heel lang een
vaststaande innerlijke boodschap is.
In de ruimte wordt dus zichtbaar en hoorbaar neergezet wat zich emotioneel en
cognitief binnen de cliënt in het hier en nu afspeelt (True scene). Deze nauwkeurig
uitgespeelde actuele scène stimuleert als vanzelf de herinneringen die deze
boodschappen hebben doen ontstaan.
Voor haar geestesoog ziet de cliënt situaties uit haar geschiedenis, waaruit
haar conclusies zijn afgeleid en haar reactiepatronen zich hebben ontwikkeld.
Rolfiguren gaan nu mensen representeren die in het verleden hebben bijgedragen
aan deze innerlijke schemata. Zij spelen kwetsende of pijnlijke gebeurtenissen
en interacties uit in een door de cliënt geënsceneerd rollenspel (Historical
scene). ( bron: Perquin, 1999). Wanneer deze herinneringen uit het verleden
levend worden, wekken zij affecten op die dikwijls zichtbaar worden in lichamelijke
sensaties. Deze affectief geladen lichamelijke toestand is een voorloper van
de emotionele expressie. Positieve rolfiguren kunnen de cliënt helpen deze lichamelijke
sensaties en emoties, die destijds verboden waren of als bedreigend werden beleefd,
tot expressie te brengen. Nu kan geuit worden, wat toen verboden of taboe was.
Door de liefdevolle omvatting of begrenzing door positieve rolfiguren hoeft
de cliënt niet langer bang te zijn voor het uiten van heftige gevoelens. De
emotionele energie kan in beweging gebracht worden en gericht op degene voor
wie het ooit bestemd was. Zo kan er boosheid gaan naar een negatief aspect van
de vader. In zijn rol zal de negatieve vader laten merken dat de boosheid bij
hem aankomt.
Het kan ook zijn dat de boosheid in de vorm van zelfhaat op haarzelf gericht
wordt. Dan kunnen positieve figuren deze zelfhaat begrenzen. Woorden die hierbij
passen kunnen zijn: "Wat je ook probeert, wij laten niet toe dat je jezelf beschadigt".
Het alsnog kunnen uiten van wat er niet mocht zijn, geeft de cliënt beheer over
haar emoties en haar lichamelijke uitingen. Wat in het lichaam gevoeld wordt
is niet langer iets afschrikwekkends, maar iets wat reden van bestaan heeft
en waar ze wat mee kan doen. Wanneer de cliënt in contact komt met de emoties
die horen bij de historische scène en deze naar buiten brengt, groeit daar bijna
organisch een alternatieve scène uit (Antidote). Net zoals de cliënt het vermogen
had om emotioneel te reageren op de representatie van haar negatieve vader in
de ruimte, kan zij emotioneel reageren op de representatie van een ideale vader
(Pesso, 2000), een vader zoals het kind toen nodig had gehad. Begeleid door
de therapeut bouwt de cliënt met behulp van de rollenspelers een alternatief
herinneringsscenario op. Nieuwe ervaringen die een tegenwicht kunnen bieden
tegenover de geheugensporen van vroeger. De cliënt kan meemaken hoe het had
kunnen zijn (Perquin, 1999). In dit voorbeeld: een vader die betrouwbaar is
en die haar met respect zou benaderen. Deze alternatieve ervaring is een concrete
lijfelijke ervaring in contact met ideaalfiguren, op het herinneringsniveau
van het behoeftige kind waarbij visuele, auditieve, kinesthetische en motorische
informatie is betrokken.
Pesso spreekt in dit geval van een synthetische herinnering die als het ware
gekoppeld wordt aan de oude traumatische herinnering. Nu heeft de cliënt een
nieuwe set herinneringen tot haar beschikking naast de oude blauwdruk die in
vergelijkbare situaties de mogelijkheid biedt andere gevoelens en andere gedragingen
te voort te brengen.
Ik hoop dat deze beschrijving
U enigszins een beeld geeft van wat er in een Pesso psychotherapie-groep gebeurt.
Als voordeel van Pesso-psychotherapie
boven gesprekstherapie zou ik de volgende punten willen noemen:
1. Het lichaam wordt actief
betrokken in de behandeling.
2. De therapie vindt plaats in een groep. Acht volwassenen en de therapeut werken
met elkaar samen in nabijheid en contact. Er is ruimschoots de gelegenheid bij
elkaar respectvol contact te ervaren. In de eigen sessie kan men ervaren hoe
een voedend en veilig contact voelt.
3. De groepsleden zijn impliciet als getuigen aanwezig, waardoor het isolement
doorbroken wordt. Tegelijkertijd biedt de inzage in de innerlijke beleving en
gedachtewereld van de groepsleden een formidabele leerschool. Men krijgt zicht
op eigen projecties, op projecties van anderen en op gewone menselijke verhoudingen.
De groep biedt een voortdurend oefenterrein om te experimenteren met grenzen,
te leren (zeker als negatieve accommodatiefiguur) niet alles wat een ander doet
bij je binnen te laten komen en in rollen te oefenen met gedrag waar je normaal
misschien nooit aan toe zou komen.
4. Heftige, nooit geuite emoties kunnen 'contained' worden in het contact met
positieve rolfiguren.
5. De duidelijke structuur en regels die er in de groep bestaan verhogen de
veiligheid, evenals het feit dat de cliënt in de eigen individuele sessie zelf
bepaalt wat er gebeurt. Het gegeven dat er mannen in de groep zitten zal sommige
vrouwen die misbruikt zijn afschrikken. Kan men deze drempel nemen, dan kan
er naast het beeld van mannen als misbruikers ook een ander manbeeld in de ruimte
verschijnen. Ik heb zelf geen ervaring met mannen die als kind seksueel misbruikt
zijn door mannen of vrouwen. Ik veronderstel, dat ook voor hen de optie van
een ander man of vrouwbeeld zo beschikbaar komt.
6. De overdracht die er ook naar de Pesso-psychotherapeut bestaat kan voor een
deel zichtbaar gemaakt worden via rolfiguren en wordt daarmee van de therapeut
afgehaald. Het blijft echter van belang dat de therapeut zich ervan bewust is,
dat hij of zij als vader of moeder van de groep voortdurend getest zal worden
op betrouwbaarheid en integriteit.
Ik ben van mening, dat deze
methode een ruime mogelijkheid biedt om de kwaliteit van leven met anderen te
verbeteren. Weer beschikking krijgen over het eigen lichaam is van groot belang
voor mensen, die vaak gedissocieerd en op hun ratio hebben overleefd Het lichaam
dat onontbeerlijk is bij iedere vorm van contact kan geleidelijk aan weer beleefd
gaan worden als betrouwbaar bij het aangaan van verbindingen met anderen. Een
absolute voorwaarde voor plezier, bevrediging, betekenis en verbondenheid in
het leven.
Geraadpleegde literatuur
Attekum, M. van, (1997), Aan
den lijve, Lichaamsgerichte psychotherapie volgens Pesso, Lisse: Swets & Zeitlinger
Jongsma-Tieleman, P.E.,Het
lichaam als bondgenoot, Pesso-bulletin, 1995, 11 (2) Lijnse, J, De therapeut-clientrelatie
als basis voor de behandeling van getraumatiseerde clienten, Tijdschrift voor
Psychotherapie, 1999, 25 (6) Pesso, A, (november 2000), Memory and Consciousness:
In the Mind's Eye, in the Mind's Body, ongepubliceerde lezing, Perquin, L., (november
1999), De hersenen, het geheugen en het lichaam, ongepubliceerde lezing Perquin,
L., en Pesso, A., Pesso-psychotherapie bij de behandeling van de gevolgen van
seksueel misbruik, herziene versie oktober 2000, Tijdschrift voor Pesso-psychotherapie,
2000, 16 (3) Schacht, H., Mogelijkheden en beperkingen van psychotherapie bij
de latere gevolgen van sexuele kindermishandeling, Bewegen en hulpverlening, 1988,
5 (4)
naar de bovenkant van de pagina
meer Artikelen
|
|
|