Keuze Menu
Contact
h

 

STUDIEDAG 'KENNIS in BEHANDELING'
7 december 2000
Kenniscentrum Post Traumatische Stress Stoornissen te Winschoten

LEZING GEHOUDEN DOOR MONIQUE CUPPEN, PESSO-PSYCHOTHERAPEUT

PESSO-PSYCHOTHERAPIE BIJ DE BEHANDELING VAN TRAUMA GERELATEERDE KLACHTEN.

Monique Cuppen

In deze lezing wordt een pleidooi gehouden voor het betrekken van het lichaam bij de behandeling van mensen die in hun jeugd fysiek en seksueel getraumatiseerd zijn. Misbruik en mishandeling verstoort de relatie met het eigen lichaam en het contact met andere mensen. Pesso-psychotherapie biedt een veilige manier om dat contact weer te herstellen.

Toen mij gevraagd werd iets te vertellen over Pesso-psychotherapie bij de gevolgen van trauma, was mijn eerste gedachte: Ik wil een gewoon verhaal vertellen. En wel gewoon in de volgende betekenis: veel volwassenen zijn in hun kindertijd getraumatiseerd in schijnbaar gewone gezinnen. Voor de buitenwereld en vaak zelfs voor de directe omgeving leek er niets aan de hand. Maar binnen de beslotenheid van het gezin werd kinderen geweld aangedaan waar niet over gesproken kon worden en wat de gewoonste zaak van de wereld leek. Wat toen voor het kind gewoon leek, terwijl het tegelijkertijd ook voelde dat het niet klopte, krijgt op volwassen leeftijd een vervolg. Gewoon contact blijkt moeilijk te zijn. Gewoon iemand dichtbij laten vaak haast onmogelijk of verwarrend. De gewone dagelijkse relaties met anderen veroorzaken ongemak. En het vervelende is dat je als volwassene vaak zo weinig gelegenheid hebt om dit soort dingen alsnog te oefenen.
Conflicten en trauma's zijn in relatie tot anderen ontstaan en zijn het beste op te lossen in contact met anderen.(van Attekum 1997).
Pesso heeft met zijn vrouw Diana Boydn een methode ontworpen, waarmee op een veilige manier gewerkt kan worden in relatie met anderen. Hierbij kan een cliënt op symbolisch niveau in contact met positieve figuren ervaren hoe essentiële behoeften van het kind aan een plek, aan voeding, steun, bescherming en begrenzing vervuld kunnen worden. Deze symbolische lijfelijke ervaring kan een nieuwe leidraad gaan vormen bij contacten die de cliënt in de toekomst aangaat.
Wanneer cliënten naar de wereld kijken door de lens van deze nieuwe symbolische herinneringen zien en ervaren zij het heden vollediger en met meer plezier dan voorheen. (Pesso, 2000) Dan pas is het contact met de wereld gewoon en vanzelfsprekend.

Er zijn voldoende argumenten die pleiten voor het betrekken van het lichaam en interactie bij de behandeling van mensen die vroeg getraumatiseerd zijn. - De snel groeiende kennis uit de neurowetenschappen bevestigt dat lichaam en geest onlosmakelijk verbonden zijn (Perquin, 1999).

Neurologische studies tonen dat ons bewustzijn en ons denken voortkomen uit sensaties en informatie vanuit ons lichaam gedurende interactieve ervaringen (Pesso 2000). In het lichaam ligt het verhaal van het verleden opgeslagen en als zodanig beïnvloedt het de beleving van heden en toekomst.
- Mishandeling en misbruik grijpen niet alleen in op het psychisch functioneren, maar verstoren ook de relatie met het eigen lichaam en het contact met anderen.
- Fysieke en seksuele traumata werken in het heden vaak door in de vorm van lichamelijke klachten en belevingen.
- Mensen die in hun jeugd getraumatiseerd zijn door mishandeling, misbruik en verwaarlozing hebben geleerd dat volwassenen gevaarlijk zijn, omdat ze je kwetsen, pijn doen, in de steek laten en vernederen. Tegelijkertijd zijn diezelfde volwassenen bron van positieve gevoelens. Dat levert een gecompliceerde relatie op. Je bent bang voor dezelfde onveilige ouders van wie je afhankelijk bent voor je veiligheid (Joke Lijnse,1999).
- Omdat de eigen fysieke grenzen niet gerespecteerd zijn en ook de generatiegrens tussen ouders en kinderen vaak met voeten getreden is, is er een diep gewortelde angst en een gevoel van onmacht, omdat men geen controle kan krijgen over de eigen grenzen en over de ouder-kind relatie (Herwich Schacht, 1988). Iedere volgende nabije relatie reactiveert dat onmachtsgevoel.
- Door fysieke traumata voelt de huid niet als een grens tussen binnen- en buitenwereld. Men heeft niet het gevoel dat men binnen de eigen huid zichzelf kan zijn en men kan de huid ook niet gebruiken als communicatiemiddel. Lichamelijke prikkels verwijzen niet naar de mogelijkheid van veilig contact en verzorgd worden, maar zijn signalen die waarschuwen voor gevaar (Nel Jongsma-Tieleman, 1995).
Kort samengevat zou je kunnen zeggen, dat vroeg getraumatiseerde mensen een fundamenteel wantrouwen hebben naar contact, wantrouwen naar het eigen lichaam en wantrouwen naar de ander. Het ingewikkelde voor de cliënt is dat naast al dat wantrouwen, naast die onmacht en die angst er ook een enorm verlangen bestaat naar contact, dat dan weer als verwarrend en beschamend wordt beleefd. Vaak niet bewust en openlijk verlangt de cliënt naar eerherstel van het geminachte en gemaltraiteerde lichaam.

In de reguliere psychotherapie is men lang bang geweest voor het werken met het lichaam. Er bestond angst voor een onhanteerbare overdracht. Deze angst groeide vanuit de ervaring die therapeuten in het verleden met cliënten opdeden. Het leek een onweerlegbaar feit dat aanraking en lijfelijke nabijheid in een therapie niet kon. Dat was misschien ook zo omdat men in die tijd geen methodieken had om de ingewikkelde overdracht die kan ontstaan in de therapeutische relatie te hanteren. Daardoor heeft men destijds het kind met het badwater weggegooid.
De meeste reguliere therapieën bieden nog steeds verbale interactie met de therapeut als belangrijkste component van de behandeling.

Ik ga er van uit dat de meeste aanwezigen in de zaal affiniteit dan wel ervaring hebben met de behandeling van getraumatiseerde mensen, maar dat lang niet iedereen weet wat Pesso-psychotherapie inhoudt. Ik hoop U in deze lezing een beeld te kunnen geven van Pesso-psychotherapie en van de voordelen die Pesso-psychotherapie kan bieden boven individuele gesprekstherapie bij de gevolgen van vroege traumatisering. Als focus neem ik het herstel van het vertrouwen in het eigen lichaam en herstel van het vertrouwen in het contact met anderen.

Wanneer ik in de dagelijkse praktijk van mijn RIAGG-werk mensen verwezen krijg die in het verleden fysiek en seksueel getraumatiseerd zijn, is de hulpvraag heel vaak, dat zij beter met relaties willen omgaan. De erfenis uit hun jeugd trekt in hun volwassenheid een spoor van niet bevredigende relaties. Vaak ook vindt een aanmelding plaats op het moment dat er een partner in hun leven verschijnt. In de intimiteit van die relatie herhaalt zich het oude drama. Cliënten vertellen dat ze de seksuele relatie met die partner niet verdragen, er razend van worden, in herbelevingen schieten, terwijl ze met een vreemde wel kunnen vrijen.
Soms hebben mensen al een individuele therapie achter de rug, soms worden bij mij voor het eerst woorden gegeven aan de bijna onuitsprekelijke gebeurtenissen uit hun verleden. Als therapeut spin ik dan een veilig net van accepterende, beschermende en steunende woorden, als een soort container voor de pijnlijke herinneringen en gevoelens uit het verleden. Soms voel ik me ook onthand. Een cliënt vertelt me dat ze de hele dag het gevoel heeft dat ze het wel kan uitschreeuwen, dat soms een moorddadige woede bezit van haar neemt. Een ander kan de aanraking van een geliefde partner niet verdragen, of verstart als ziekenverzorgende in het contact met patiënten en doet een schort voor als symbolische beschermlaag tussen haar en de ander. Praten over voelt voor mij dan onvoldoende. Ik mis dan de mogelijkheden die ik ken vanuit de Pesso- benadering. Anderzijds ben ik me er steeds van bewust dat het een juiste timing vraagt, om de mogelijkheden van een lichaamsgerichte therapie toe te voegen aan de behandeling.
Op het onlangs gehouden congres 'Verwijzen naar het lichaam' waarschuwde Nel Draijer (2000) voor lichaamsgerichte therapie bij mensen met een complexe post traumatische stress stoornis. Er moet zorgvuldig gekeken worden of mensen in staat zijn te symboliseren. Sommige cliënten zijn niet in staat het alsof karakter van het symbolisch werken te onderscheiden van het werkelijke gebaar. Hun realiteitstoetsing is niet intact. Ook kan lichamelijk contact en nabijheid voor hen een trigger vormen en herbelevingen veroorzaken, waar zij zelf geen controle over hebben. Door een dergelijke overspoelende ervaring kunnen zij opnieuw getraumatiseerd worden.

Wanneer ik zelf denk dat Pesso-therapie een toevoeging aan de behandeling kan vormen, volgt er een proces van zorgvuldig onderhandelen met de cliënt over wat hij / zij wil en geef ik uitleg over de methode. Het is mijn ervaring dat cliënten die afweging goed kunnen maken. Ik laat mensen ook nooit zo maar aan een Pesso-psychotherapie groep deelnemen. Als er een duidelijke motivatie bestaat, dan nemen cliënten eerst deel aan een Pesso-oefeningengroep. In deze voorbereidende groep worden uitsluitend gestructureerde oefeningen gedaan. Hierdoor worden cliënten gevoeliger voor de betekenis van zintuiglijke ervaringen. Ze doen oefeningen die gericht zijn op vergroting van de controle over het eigen lichaam en het versterken van de competentie.(Perquin, 2000)
Soms bied ik het deelnemen aan de oefeningengroep als een test-case aan. Dat gebeurt vooral als een cliënt mijn twijfel over de haalbaarheid van een dergelijke groep niet deelt. Onlangs kreeg ik een 55-jarige man verwezen, die een geschiedenis had van ernstige verwaarlozing en extreme fysieke mishandeling. Hij leefde geïsoleerd met zijn vrouw en was door een lichamelijke handicap niet langer in staat zich uit te leven in zijn vak. Daardoor was hij ook de aansluiting bij vakgenoten kwijtgeraakt. Hij had een enorm verlangen naar normaal menselijk contact. Toen ik met hem kennismaakte, ervaarde ik hem als buitengewoon angstig en achterdochtig en leek medicatie mij meer aangewezen. Hij had echter al zijn hoop op Pesso-therapie gezet. We besloten tot een experiment, waarbij hij per groepsbijeenkomst kon kijken of de methode hem paste. Het paste niet. Het naast elkaar in een kring zitten was al angstaanjagend. Bij de meeste oefeningen koos hij ervoor om toeschouwer te zijn. En ook dat riep te veel bij hem op. Hij had het gevoel dat hij in stukjes uit elkaar zou vallen. Een maal kon hij ervaren hoe het voelt als een beschermende figuur voor hem ging staan en hem afschermde van de anderen. Dat was voor hem een positief emotionele gebeurtenis. Hij had zelfs nooit kunnen fantaseren dat er zoiets als bescherming voor hem bestond. Toch moest hij toegeven dat deze manier van werken nog een te zware opgave voor hem was en na drie bijeenkomsten stopte hij. In een nagesprek gaf hij aan, dat hij de ervaring in de groep beleefd had als een erkenning van het leed dat hem in het verleden was aangedaan. Op deze manier helpt de oefeningengroep ook om een goede indicatie te stellen.
Ik zal U twee voorbeelden geven van oefeningen, zoals die in de oefeningengroep gedaan worden. In de gecontroleerde toenaderings-oefening krijgt de cliënt de gelegenheid om vanuit een staande positie een deelnemer van de groep exact volgens haar aanwijzingen langzaam op een neutrale manier naar haar toe te laten lopen. De instructie is dat de hoofdfiguur stil staat en dat de rolfiguur loopt en stopt precies zoals de cliënt met een handgebaar aangeeft. Door regelmatig met afstand en nabijheid te experimenteren leert zij de geschikte plaats van de rolfiguur nauwkeurig te bepalen en tijdig een halt aan te geven, wanneer het haar te dichtbij komt. Dit helpt haar om controle in de therapiegroep en in situaties met andere mensen serieus te nemen en te vergroten. (Perquin, 2000)
Andere oefeningen zijn bedoeld om te leren accomoderen. Een accomodator is een rolfiguur die geheel ter beschikking van de ander staat. Hij / zij doet niets dat de cliënt niet wil of niet gevraagd heeft en ook niets zonder toestemming van de therapeut. Dit impliceert dat de cliënt zelf het beste weet wat zij nodig heeft. Door de accommodatie-oefeningen kan zij ervaren, dat lichamelijke expressie en veilige aanraking mogelijk zijn.
Als voorbeeld hiervan zou ik de positieve accommodatie-oefening willen noemen. Hierbij legt op aanwijzing van de cliënt die de beurt heeft, een mede-groepslid in de rol van positieve figuur een hand tussen de schouderbladen van de cliënt. Hierna kan de cliënt gaan onderzoeken op welke manier zij wil dat deze hand contact maakt met haar rug en op welke plek van haar rug dat contact het beste voelt.
Soms vinden mensen deelname aan een oefeningengroep voldoende. Anderen willen graag verder in een Pesso-psychotherapiegroep.

Hoe gaat het dan in een Pesso psychotherapiegroep? De groep bestaat bij voorkeur uit 4 mannen en 4 vrouwen.
Cliënten krijgen om de beurt een vastgestelde individuele werktijd van gewoonlijk 50 minuten. De andere groepsleden zijn tijdens een therapiesessie beschikbaar, om op verzoek van de cliënt die aan de beurt is, belangrijke personen uit het heden en verleden te vertegenwoordigen.
De Pesso-psychotherapiegroep kent een duidelijke structuur. Dit zorgt voor houvast, duidelijkheid en veiligheid. Er zijn expliciete regels, die een waarborg bieden voor onderling respect en die ruimte creëren om dingen te laten gebeuren. (Pesso noemt dit de Possibility Sphere). Per groepsbijeenkomst komen 2 of 3 cliënten individueel aan de beurt . Na iedere individuele sessie krijgen de groepsleden de gelegenheid iets te vertellen over de eigen beleving bij wat er in de werktijd van de ander gebeurde. Het is regel dat er geen kritiek of commentaar wordt gegeven. Ieders persoonlijke ervaring wordt erkend en gerespecteerd als zijn of haar ervaring.
Het accommoderen, zoals eerder geoefend in de oefeningengroep, vindt volgens duidelijke regels plaats. Een andere expliciete regel is, dat de therapeut zelf nooit aanraakt. Ik wil nu met U kijken naar hoe een individuele sessie er uit kan zien: Als een cliënt aan het werk gaat is de eerste stap stil te staan bij datgene wat er op dat moment in haar omgaat. Hiervoor wordt de therapeutische techniek van 'microtracking'gebruikt. Van moment tot moment volgt de therapeut wat de cliënt affectief laat zien: mimiek, oogopslag, intonatie van de stem worden aan de cliënt teruggegeven als informatie over haar affectieve toestand. Dit precies volgen van de affectieve betekenis van de gelaatsuitdrukking van de cliënt biedt vaak een duidelijk tegenwicht tegen het affectieve vacuüm waarin sommige cliënten als kind zijn opgegroeid.(Perquin, 1999) Het biedt woorden voor gevoelens die nooit uitgesproken zijn of die voorbewust zijn en die anders mogelijk niet door de cliënt opgemerkt zouden worden. Het is heel belangrijk dat de therapeut het juiste affect ziet en verwoordt , maar ook dat de cliënt de vrijheid voelt om de therapeut bij te sturen als de verwoorde gevoelswaarde niet helemaal klopt.
In feite focussen therapeut en cliënt op de diepgevoelde betekenis van datgene wat op dat moment speelt. Iemand in de rol van een getuigenfiguur (een rolspeler) kan deze informatie op verzoek van de cliënt teruggeven, gekoppeld aan de precieze context van het verhaal dat de cliënt vertelt. Bijvoorbeeld: Ik zie hoe wanhopig je je voelt, wanneer je beseft, dat er eigenlijk niemand in je leven is die je durft te vertrouwen"( Dit noemt Pesso de Center of Truth)
Ook opvattingen die de cliënt naar voren brengt kunnen naar buiten gebracht worden door groepsleden in de rol van een stem met een bepaalde betekenis: bijvoorbeeld een waarschuwende stem die zegt: "Mannen kun je maar beter niet vertrouwen". De cliënt krijgt dan als een opdracht van buiten te horen wat al heel lang een vaststaande innerlijke boodschap is.
In de ruimte wordt dus zichtbaar en hoorbaar neergezet wat zich emotioneel en cognitief binnen de cliënt in het hier en nu afspeelt (True scene). Deze nauwkeurig uitgespeelde actuele scène stimuleert als vanzelf de herinneringen die deze boodschappen hebben doen ontstaan.
Voor haar geestesoog ziet de cliënt situaties uit haar geschiedenis, waaruit haar conclusies zijn afgeleid en haar reactiepatronen zich hebben ontwikkeld. Rolfiguren gaan nu mensen representeren die in het verleden hebben bijgedragen aan deze innerlijke schemata. Zij spelen kwetsende of pijnlijke gebeurtenissen en interacties uit in een door de cliënt geënsceneerd rollenspel (Historical scene). ( bron: Perquin, 1999). Wanneer deze herinneringen uit het verleden levend worden, wekken zij affecten op die dikwijls zichtbaar worden in lichamelijke sensaties. Deze affectief geladen lichamelijke toestand is een voorloper van de emotionele expressie. Positieve rolfiguren kunnen de cliënt helpen deze lichamelijke sensaties en emoties, die destijds verboden waren of als bedreigend werden beleefd, tot expressie te brengen. Nu kan geuit worden, wat toen verboden of taboe was. Door de liefdevolle omvatting of begrenzing door positieve rolfiguren hoeft de cliënt niet langer bang te zijn voor het uiten van heftige gevoelens. De emotionele energie kan in beweging gebracht worden en gericht op degene voor wie het ooit bestemd was. Zo kan er boosheid gaan naar een negatief aspect van de vader. In zijn rol zal de negatieve vader laten merken dat de boosheid bij hem aankomt.
Het kan ook zijn dat de boosheid in de vorm van zelfhaat op haarzelf gericht wordt. Dan kunnen positieve figuren deze zelfhaat begrenzen. Woorden die hierbij passen kunnen zijn: "Wat je ook probeert, wij laten niet toe dat je jezelf beschadigt".
Het alsnog kunnen uiten van wat er niet mocht zijn, geeft de cliënt beheer over haar emoties en haar lichamelijke uitingen. Wat in het lichaam gevoeld wordt is niet langer iets afschrikwekkends, maar iets wat reden van bestaan heeft en waar ze wat mee kan doen. Wanneer de cliënt in contact komt met de emoties die horen bij de historische scène en deze naar buiten brengt, groeit daar bijna organisch een alternatieve scène uit (Antidote). Net zoals de cliënt het vermogen had om emotioneel te reageren op de representatie van haar negatieve vader in de ruimte, kan zij emotioneel reageren op de representatie van een ideale vader (Pesso, 2000), een vader zoals het kind toen nodig had gehad. Begeleid door de therapeut bouwt de cliënt met behulp van de rollenspelers een alternatief herinneringsscenario op. Nieuwe ervaringen die een tegenwicht kunnen bieden tegenover de geheugensporen van vroeger. De cliënt kan meemaken hoe het had kunnen zijn (Perquin, 1999). In dit voorbeeld: een vader die betrouwbaar is en die haar met respect zou benaderen. Deze alternatieve ervaring is een concrete lijfelijke ervaring in contact met ideaalfiguren, op het herinneringsniveau van het behoeftige kind waarbij visuele, auditieve, kinesthetische en motorische informatie is betrokken.
Pesso spreekt in dit geval van een synthetische herinnering die als het ware gekoppeld wordt aan de oude traumatische herinnering. Nu heeft de cliënt een nieuwe set herinneringen tot haar beschikking naast de oude blauwdruk die in vergelijkbare situaties de mogelijkheid biedt andere gevoelens en andere gedragingen te voort te brengen.

Ik hoop dat deze beschrijving U enigszins een beeld geeft van wat er in een Pesso psychotherapie-groep gebeurt.

Als voordeel van Pesso-psychotherapie boven gesprekstherapie zou ik de volgende punten willen noemen:

1. Het lichaam wordt actief betrokken in de behandeling.
2. De therapie vindt plaats in een groep. Acht volwassenen en de therapeut werken met elkaar samen in nabijheid en contact. Er is ruimschoots de gelegenheid bij elkaar respectvol contact te ervaren. In de eigen sessie kan men ervaren hoe een voedend en veilig contact voelt.
3. De groepsleden zijn impliciet als getuigen aanwezig, waardoor het isolement doorbroken wordt. Tegelijkertijd biedt de inzage in de innerlijke beleving en gedachtewereld van de groepsleden een formidabele leerschool. Men krijgt zicht op eigen projecties, op projecties van anderen en op gewone menselijke verhoudingen. De groep biedt een voortdurend oefenterrein om te experimenteren met grenzen, te leren (zeker als negatieve accommodatiefiguur) niet alles wat een ander doet bij je binnen te laten komen en in rollen te oefenen met gedrag waar je normaal misschien nooit aan toe zou komen.
4. Heftige, nooit geuite emoties kunnen 'contained' worden in het contact met positieve rolfiguren.
5. De duidelijke structuur en regels die er in de groep bestaan verhogen de veiligheid, evenals het feit dat de cliënt in de eigen individuele sessie zelf bepaalt wat er gebeurt. Het gegeven dat er mannen in de groep zitten zal sommige vrouwen die misbruikt zijn afschrikken. Kan men deze drempel nemen, dan kan er naast het beeld van mannen als misbruikers ook een ander manbeeld in de ruimte verschijnen. Ik heb zelf geen ervaring met mannen die als kind seksueel misbruikt zijn door mannen of vrouwen. Ik veronderstel, dat ook voor hen de optie van een ander man of vrouwbeeld zo beschikbaar komt.
6. De overdracht die er ook naar de Pesso-psychotherapeut bestaat kan voor een deel zichtbaar gemaakt worden via rolfiguren en wordt daarmee van de therapeut afgehaald. Het blijft echter van belang dat de therapeut zich ervan bewust is, dat hij of zij als vader of moeder van de groep voortdurend getest zal worden op betrouwbaarheid en integriteit.

Ik ben van mening, dat deze methode een ruime mogelijkheid biedt om de kwaliteit van leven met anderen te verbeteren. Weer beschikking krijgen over het eigen lichaam is van groot belang voor mensen, die vaak gedissocieerd en op hun ratio hebben overleefd Het lichaam dat onontbeerlijk is bij iedere vorm van contact kan geleidelijk aan weer beleefd gaan worden als betrouwbaar bij het aangaan van verbindingen met anderen. Een absolute voorwaarde voor plezier, bevrediging, betekenis en verbondenheid in het leven.

 

Geraadpleegde literatuur

Attekum, M. van, (1997), Aan den lijve, Lichaamsgerichte psychotherapie volgens Pesso, Lisse: Swets & Zeitlinger
Jongsma-Tieleman, P.E.,Het lichaam als bondgenoot, Pesso-bulletin, 1995, 11 (2)
Lijnse, J, De therapeut-clientrelatie als basis voor de behandeling van getraumatiseerde clienten, Tijdschrift voor Psychotherapie, 1999, 25 (6)
Pesso, A, (november 2000), Memory and Consciousness: In the Mind's Eye, in the Mind's Body, ongepubliceerde lezing, Perquin, L., (november 1999), De hersenen, het geheugen en het lichaam, ongepubliceerde lezing
Perquin, L., en Pesso, A., Pesso-psychotherapie bij de behandeling van de gevolgen van seksueel misbruik, herziene versie oktober 2000, Tijdschrift voor Pesso-psychotherapie, 2000, 16 (3)
Schacht, H., Mogelijkheden en beperkingen van psychotherapie bij de latere gevolgen van sexuele kindermishandeling, Bewegen en hulpverlening, 1988, 5 (4)

naar de bovenkant van de pagina

meer Artikelen