Keuze Menu
Contact
h

 

Het lichaam in de psychotherapie: hoe gaat de Pesso-psychotherapie daar mee om?

De Pesso-psychotherapie gaat ervan uit dat wanneer de integriteit van het lichaam is geschonden, respectvol, lichamelijke contact in de therapie onmisbaar is. Een experiëntieëel-cliëntgerichte attitude en methodische aandacht voor het lichaam vormen de basis waarin cognitie, emotie en lichamelijk beleven en uiten bijeen komen in een systematische werkwijze. Het lichaam als invalshoek in de Pesso-psychotherapie biedt de cliënt de gelegenheid om onopgeloste emotionele conflicten uit het verleden door te werken, door deze niet alleen te bespreken, maar ook opnieuw te ervaren en op een lichamelijke wijze tot uitdrukking te brengen (Pesso 1984). De theorie sluit nauw aan bij psychodynamische, systeemtherapeutische en leertheoretische referentiekaders (Perquin 1986, Perquin en Rehwinkel 1999).

Pesso-psychotherapie is een individuele therapie die in een groep plaats vindt. De cliënten krijgen om beurten een vastgestelde individuele werktijd. In een wekelijkse groep, bestaande uit zeven of acht deelnemers, komen per avond twee of drie cliënten individueel aan bod. De andere groepsleden zijn tijdens een therapiesessie beschikbaar om op verzoek van de hoofdpersoon belangrijke personen uit het heden of verleden te vertegenwoordigen. Dit voor de Pesso-methode specifieke rollenspel wordt 'accommodatie' genoemd: het lichamelijke contact past precies (accommodeert) bij de behoefte van de hoofdpersoon. De deelnemers bereiden zich door middel van oefeningen op de werkwijze voor. De oefeningen helpen om gevoeliger te worden voor de betekenis van zintuiglijke ervaringen. Het accommoderen wordt 'ingeoefend' en de deelnemers leren veilig beschermend, ondersteunend en begrenzend lichamelijk contact met een symbolische betekenis te bieden. Gaandeweg ontstaat een sfeer van samenwerking, waarbij vooraf gemaakte werkafspraken voor optimale veiligheid zorgen. Naast het verhaal van de cliënt dienen als aanknopingspunten: lichaamshouding en motoriek, lichamelijke symptomen en klachten, waardoor onderliggende psychische conflicten, onvervulde behoeften en traumatische ervaringen meer bewust kunnen worden.

Hoe verloopt een therapeutische sessie in de groep?

Aan de hand van wat de cliënt vertelt, verkennen therapeut en cliënt de betekenis van verandering in stemgebruik, gelaatsuitdrukking, lichamelijke sensaties, lichaamshouding en beweging. Innerlijke gebiedende, verbiedende en kritische cognities die uit het verhaal naar voren komen, worden door rolspelers met een negatieve functie gespeeld, zoals een verwijtende of pessimistische stem. Wanneer de cliënt zich van een lichamelijke behoefte, verlangen of emotie bewust wordt, kunnen helpende figuren in positieve rollen worden ingezet. Een groepslid kan in de rol van 'steunende figuur' worden gekozen en letterlijk lichamelijk steun bieden met een symbolische betekenis. De zogenoemde 'getuige-figuur' representeert het vermogen van de therapeut om de affectieve beleving aan de hand van de woorden en gezichtsuitdrukking van de cliënt waar te nemen, deze op waarde te schatten en in de juiste context te laten verwoorden. Door de affectieve mimische expressie nauwkeurig te volgen, steeds te benoemen én te toetsen wordt de cliënt zich bewust van de wisselende emoties die met zijn of haar verhaal mee-fluctueren. Daardoor kan wat voorbewust en onbenoemd is naam en vorm krijgen, bewust worden en in beweging komen (Pesso 1992).  

     Bovenstaande kan in termen van geheugenfuncties worden beschreven. Als een destillaat van de geschiedenis liggen de vele gebeurtenissen -zo ook onvervulde behoeften en verlangens- als schema's, cognities, percepties en attituden in het geheugen opgeslagen. Zij hebben hun sporen nagelaten en liggen klaar om te worden geactiveerd om vanzelfsprekend gedrag in gang te zetten. In nieuwe omstandigheden en gebeurtenissen die vergelijkbaar zijn met vroegere ervaringen, worden deze oude blauwdrukken naar het werkgeheugen 'opgehaald'. De nieuwe, met vroeger vergelijkbare situaties genereren habituele reacties en bekend gedrag. De Pesso-psychotherapie baseert haar werkwijze op de aanname dat het heden altijd gezien wordt door de bril van het verleden (Pesso 1994). Wat zich in het begin van een therapiesessie binnen het bewustzijn van de cliënt in het hier en nu afspeelt, wordt door het gebruik van rolfiguren tevens buiten de cliënt gerepresenteerd. De informatie die in het therapeutische klimaat (Possibility Sphere) bovenkomt is een afspiegeling van de ware innerlijke 'state' van de cliënt. Als vanzelf worden nu met de actualiteit geassocieerde ervaringen uit het verleden gegenereerd. Doordat de cliënt vervolgens rolfiguren kan kiezen die negatieve en positieve aspecten van een belangrijke ander van vroeger vertegenwoordigen, worden oude ambivalente gevoelens verhelderd. Verdriet, teleurstelling en kwaadheid kunnen worden geuit, er kan worden gerouwd om wat destijds werd gemist en het onvervulde verlangen naar wat er niet was kan bewust worden beleefd. In overleg met de therapeut creëert de cliënt in het laatste deel van deze gestructureerde therapiesessie ('structure') met behulp van rollenspelers een alternatief scenario. De nieuwe scènes zijn zichtbaar, concreet-tastbaar én hebben een symbolische betekenis. Zij kunnen een tegenwicht gaan vormen tegenover de oorspronkelijke traumatische ervaringen.

     Hoe kan nu een scène die in het heden van de therapie groep vorm krijgt, invloed uitoefenen op het verleden en daarmee gunstig werken op de actuele perceptie in het hier en nu en het toekomstperspectief?

     Ten eerste geeft de cliënt precieze aanwijzingen: hoe moeten de rollenspelers zitten, kijken, hem of haar aanraken en vasthouden, wat moeten zij zeggen, enzovoort. De cliënt heeft regie over elke stap. Door zelf deze gratificerende, symbolische interacties in detail te ensceneren, wordt de cliënt zich meer bewust wat hij of zij gemist heeft en komt het besef op gang dat 'het zo had kunnen zijn'.

     Ten tweede is dit alternatief geen sprookje maar een passend antwoord op een gerechtvaardigd verlangen van het kind van destijds. Het krijgt op symbolisch niveau vervulling van zijn aangeboren maar miskende behoefte aan een veilige plek, de behoefte om gekoesterd en gevoed te worden, de behoefte aan bescherming, steun en veilige grenzen. De cliënt kan deze nieuwe ervaring als herinneringsalternatief in het geheugen opslaan.

     Ten derde wordt niet gesuggereerd dat daarmee de sporen van het verleden zijn gewist. Wel wordt de associatie tussen de verstorende emoties en onvervulde behoeften van destijds en de huidige cognities en percepties minder dwingend. 'The client  adds a new piece of synthetic memory' (Pesso 1999). Het is alsof een nieuw stukje informatie over de oude informatie wordt heengeschreven. Hierdoor raakt deze laatste meer op de achtergrond en boet aan dwingende kracht in (Witter 1999). Het aantal belevingsalternatieven en opties om het eigen gedrag te kiezen en te sturen neemt daarmee toe.

     Ten vierde ervaart de cliënt de nieuwe mogelijkheid niet alleen op verbaal of imaginair niveau, zoals bij hypnose, cognitieve therapie, imaginaire confrontatie of Eye Movement Desensitisation and Reprocessing (EMDR), maar ook op lichamelijk niveau. Alle zintuiglijke informatie - visueel, auditief, tactiel, proprioceptief en kinesthetisch - wordt in het proces betrokken. Dit heeft als gevolg dat de nieuwe ervaring beter beklijft.

     Als vijfde en laatste punt is van belang dat de cliënt wordt aangemoedigd om het ervarene naar de praktijk van alle dag te vertalen. De nieuwe therapeutische ervaringen dragen bij aan een realistischer en positiever zelfbeeld en optimistischer verwachtingen over de wereld als tegenwicht tegenover de conclusies die de cliënt uit de persoonlijke geschiedenis heeft getrokken. Er komt energie vrij om keuzes te maken die tot meer plezier, bevrediging, zin en verbondenheid in het huidige leven kunnen leiden (Sarolea 1988). 

    Terugkomend op het probleem van het lichamelijk contact in een psychotherapeutische relatie, lost de Pesso-psychotherapie dat als volgt op:

·        het lichamelijk contact wordt in een geritualiseerde vorm met een symbolische betekenis geboden;

·        daarbij heeft de cliënt de regie, er gebeurt niets wat deze niet eerst zelf aangeeft. De medegroepsleden zijn beschikbaar voor de rollen die zij op zich nemen en weer afleggen;

·        de therapeut schept slechts de voorwaarden waarin de cliënt de therapeutische ontdekkingsreis aangaat. De therapeut stelt zich op als volgzame gids, als regisseur die de hoofdrolspeler zijn eigen scène laat improviseren en is niet als rolspeler beschikbaar.

Pesso-psychotherapie is vanaf het begin van de jaren zestig door Albert Pesso en Diane Boyden-Pesso in de Verenigde Staten ontwikkeld. De methode werd in 1972 in Nederland geïntroduceerd. Sindsdien zijn 120 psychologen, psychiaters en therapeuten in de werkwijze opgeleid. De veilige, behoedzame manier waarop het lichaam in het therapeutisch proces wordt betrokken, maakt de therapie geschikt voor cliënten die seksueel zijn misbruikt. Zonder in detail op theoretische aspecten in te gaan, zal in dit artikel aan de hand van het therapeutisch proces van een cliënt een beeld worden geschetst van de mogelijkheden van de Pesso-psychotherapie voor cliënten die seksueel zijn misbruikt. Eerst volgt een overzicht van de gevolgen van seksueel misbruik in het algemeen, welke relevant zijn voor elke vorm van psychotherapie waarin het lichamelijke aandacht krijgt.

Volgende pagina