|
|
|
||||||||||||
![]() |
Het kind in ons spreekt lichaamstaal Pesso-therapie, een non-verbale psychotherapie uit het Amerika van de jaren zestig, maakt een opmerkelijke opmars door in Nederlands. Uitgangspunt is het omhoog halen van herinneringen van voor het moment dat taal een rol speelt. Maar een wetenschappelijke toets ontbreekt. Niet gehinderd door enige wetenschappelijke
achtergrond ontwikkelden Albert en Diane Boyden-Pesso in de jaren zestig een
eigen psychotherapie: de Pesso-therapie. Het was de tijd dat in de Verenigde
Staten allerlei therapievormen opgeld deden. Zoals de primal
scream, waarbij het uiten
van een oerschreeuw of het aanheffen van geboortegehuil niet alleen bevrijdend
zou werken, maar ook trauma's als sneeuw voor de zon deed verdwijnen. Het gaat goed met de Pesso-therapie
vindt de grondlegger. In Nederland zijn er inmiddels 120 Pesso-therapeuten en
elk jaar komen er een stuk of vijftien bij. Dit aantal staat nog in geen verhouding
tot een klassieke therapiestroming als de Rogeriaanse therapie waarvan zo'n
800 therapeuten zijn, en ook niet het aantal beoefenaren van de psychoanalyse
(meer dan 200). Behalve in de Verenigde Staten doet Pesso het ook goed in Zwitserland
en Nederland. Dat zegt allemaal niets, want net
als elders in de gezondheidszorg is het aantal kwakzalvers en nutteloze therapieën
in de geestelijke gezondheidszorg groot. Bij een aantal Riaggs echter, is Pesso-therapie
inmiddels een volwaardige keuze voor cliënten. 'Ik vind dat Pesso serieuze
aandacht verdient', zegt prof. dr. Willem van Tilburg, hoogleraar psychiatrie
aan de Vrije Universiteit. Hij draagt de therapie een warm hart toe omdat hij
de uitgangspunten niet onaannemelijk acht en ziet dat een aantal mensen serieus
greep probeert te krijgen op de effectiviteit ervan. 'Daarover zijn echter nog geen harde gegevens,' voegt hij er in één adem aan toe. 'Maar dat geldt voor de meeste vormen van psychotherapie. Inclusief de psychoanalyse, waarin ik mij uitvoerig heb verdiept.' Het interessante van de Pesso-therapie vind Van Tilburg dat er zowel verbale - psychoanalytische - elementen in zitten als emotionele. Die emotionele benadering zou wel eens sneller toegang kunnen bieden tot cruciale en blokkerende herinneringen dan een aanpak met louter woorden, zoals Freud ontwikkelde. Het verbale geheugen vormt zich pas vanaf ongeveer het derde levensjaar. Alles wat daarvoor gebeurd is, kunnen mensen niet beschrijven. Er is echter ook nog een geheugen dat in lagere hersenstructuren zetelt en wél verder teruggaat. Van Tilburg: 'Dat geheugen bepaalt allerlei onbewuste reacties. De daarin opgeslagen 'herinneringen' zijn niet van verbale aard, maar van lichamelijke of emotionele aard. Het interessante van Pesso-therapie is dat deze vooral aansluit bij het lichaam en minder bij de taal. We denken dat je daarmee gemakkelijker bij dit zogeheten emotionele- en procedurele geheugen kunt komen.' De Pesso-therapie is een groepstherapie in een zeer sterk gestructureerde setting. Centraal staat dat de cliënt zich bewust wordt van zijn of haar emoties die bepaalde situaties oproepen. Lichaamstaal is daarbij een belangrijke leidraad. Emotionele situaties worden dan door de andere groepsleden 'nagespeeld' op strikte aanwijzing van de persoon 'die de beurt heeft'. Net als de meeste andere cognitieve psychotherapieën moet de opgeroepen emotioneel beladen of blokkerende herinnering uiteindelijk worden omgevormd, geherstructureerd of in een 'ander geheugenspoor' worden gebracht. Opdat deze niet langer is verbonden met de blokkerende emotie. Van Tilburg: 'Het is de vraag of je uiteindelijk zulke vroege herinneringen echt kunt beschrijven Ze zijn immers niet verbaal opgeslagen. Wel kun je de bijbehorende emotie oproepen en daarmee verder werken.' 'Herbeleving alléén is niet zinnig. Het gaat erom hoe je in het hier en nu met die herinnering omgaat. Ik geloof niet in een reconstructie van het verleden. Veel mensen kennen hun emoties niet. De overeenkomsten tussen bijna alle goede vormen van psychotherapie is een vertrouwensrelatie tussen cliënt en therapeut. Daarin kan de cliënt z'n eigen emoties leren herkennen.' Cabaretiers kunnen smakelijke conferences houden over dit soort taal, maar toch valt het niet te ontkennen dat psychotherapie werkt. Bij matige depressies bijvoorbeeld even goed als medicijnen, die ook maar bij iets meer dan eenderde van de patiënten het gewenste effect hebben. En met de moderne technieken om activiteiten in de hersenen zichtbaar te maken, blijkt dat psychotherapie op dezelfde hersendelen ingrijpt als geneesmiddelen. De betekenis daarvan is overigens nog mistig. De bewijzen zijn dus nog boterzacht, zeker voor het effect van Pesso-therapie, maar er is wel steun uit andere takken van wetenschap. Daar worden steeds meer fysiologische verbindingen tussen lichaam en geest ontdekt. Voorlopig ontleent de Pesso-therapie haar bestaansrecht nog aan afzonderlijke casussen en 'wonderbaarlijke genezingen', erkent psychiater drs. Lowijs Perquin. Na zijn promotie aan de VU gaat Perquin het effect van Pesso-therapie onderzoeken. 'In onderzoek met vragenlijsten melden deelnemers aan Pesso zelf een gemiddeld grotere tevredenheid over het resultaat dan bij andere psychotherapieën. Maar zulk onderzoek is natuurlijk geen bewijs.' In elk geval zegt 85 tot 90 procent van de deelnemers meer helderheid over hun gevoelens te krijgen en de therapie aan anderen aan te zullen raden. Overigens is Pesso geen snelle therapie. Anderhalf jaar lang wekelijks een groepssessie is gemiddeld. Dan krijgt men eens per maand 'de beurt' en ondersteunt men de rest van de tijd als 'rolfiguur' de andere groepsleden. Pesso en Perquin hebben de indruk dat Pesso-therapie vooral geschikt is voor mensen die (vroeg in hun jeugd) trauma's hebben opgelopen die chronisch zijn geworden, zoals (emotionele) verwaarlozing en seksueel misbruik. Prof. dr. Harald Merckelbach, hoogleraar experimentele psychologie aan de Universiteit Maastricht is sceptisch. Hoewel hij een zeker respect voor de Pesso-therapie aan de dag legt, ziet hij er geen publicaties in de wetenschappelijke literatuur over. 'Dit soort therapieën gaat uit van een fundamenteel foute opvatting over de werking van het geheugen. Alsof het een fotografisch archief is en dat het openen daarvan een louterende werking heeft.' Bij duidelijke psychopathologie, zoals depressie en dwangneurosen, werkt psychotherapie wel. 'Maar daarbij gaat het om een herstructurering van het gedrag met beloning en straf. Niks herinneringen', zegt Merckelbach. 'Ik vind dat psychotherapeuten alleen moeten werken met bewezen therapieën. Dat is hier niet het geval. Evenmin overigens als bij de psychoanalyse of de Rogeriaanse therapie. Dat is jammer, want als we iets geleerd hebben van de farmaceutische industrie is het hoe gemakkelijk effectonderzoek in feite is.'
Maarten Evenblij
|
||||||||||||